CRAFT nieuws in hopster #23
CRAFT komt als branchevereniging op voor de belangen van de onafhankelijke brouwerijen in Nederland. De diversiteit van de brouwers is tegelijk ook de kracht, want samen geven zij kleur aan het bierlandschap. Bestuurder Bernd Beersma praat je deze keer bij over de actualiteiten bij CRAFT.
Als ik dit schrijf parelt het zweet me van mijn voorhoofd. Niet omdat het schrijven van dit stuk me kopzorgen geeft, maar omdat het buiten tropisch warm is. Weer om een glas koud bier te drinken. Het liefst craft bier van een onafhankelijke, lokale brouwerij.
Want dat is waar het bij CRAFT om draait: mooie bieren van lokale brouwerijen. Brouwers die het bierlandschap verfraaien, ook steeds meer met alcoholarm bier. Een trend die niet meer weg te denken is. Gelukkig niet meer de bieren waar Youp ooit de ondergang van betekende, maar smaakvolle, hoppige en verfrissende varianten. Al zie je soms ook een poging om van de zwaarder kaliber bieren, bijvoorbeeld een Imperial Stout, een alcoholarme variant te maken.
Het is geen trend van alleen onze brouwers. In de landen om ons heen en bij de Independent Brewers of Europe zie ik hetzelfde. Consumenten gaan bewuster om met alcohol en kiezen vaker voor bieren die lager in alcohol zijn. Ook in de horeca en op festivals wordt je niet meer met de nek aangekeken als je om een alcoholarm bier vraagt.
Het gaat samen met de terugloop van alcoholconsumptie in algemene zin. Je hebt vast gezien dat menig groot merk de afgelopen tijd met tegenvallende cijfers kwam. De consumptie van bieren van grote industriële brouwerijen, de zogeheten ‘Big Beer’, neemt nu eenmaal af. Toch hoor ik van onze leden en niet-leden dat in ons segment nog steeds groei zit. Het aantal brouwerijen is weliswaar afgenomen, maar het aantal hectoliters dat gezamenlijk gebrouwen wordt neemt toe.
Het gedrag van de consument verandert. Er wordt minder gedronken, maar wat er gedronken wordt is vaak een mooi, smaakvol bier, gebrouwen met passie door de lokale brouwerij. Niet gieten, maar verantwoord genieten, zoals mijn voorganger Jos Oostendorp graag zei.






